Terug naar het front: de erfenis

Mensen thuis zouden je zonder enige twijfel vertellen waar België ergens ligt en ook iets over zijn geografische kenmerken. Ik was er nooit zeker van. Wat ik weet is dat mijn voornaamste indruk was dat België uit zandzakjes bestond. Toch zou ik er iets over geweten moeten hebben, vooral omdat ik er nogal zeker van was dat deze compagnie een groot deel van het landschap in zakjes had geborgen, alles netjes opgebonden, met de hoekjes degelijk omgeslagen. Als je de kaart bekijkt, merk je onmiddellijk op dat Belgische rivieren heel duidelijk te onderscheiden zijn. Je zou bijna kunnen beweren dat dit tamelijk juist is bij droog zomerweer, maar na enkele dagen van hevige regen wordt die kaart een waanvoorstelling - het land is één en al rivier, behalve daar waar zich vijvers bevinden. Nu ik over vijvers bezig ben, hier is een waardevolle tip! Als je in het donker uitkijkt naar een hoeve, let op de vijver. Sommige mensen kunnen deze verheerlijken met de benaming walling. Wal of vijver zijn niet geschikt om erin te wandelen.

Het herstel van het slagveld begon voor de wapenstilstand. Tijdens het eindoffensief, de opmars naar de overwinning, of het bevrijdingsoffensief, begonnen de Royal Engineers met het herstellen van de wegen, de spoorweg tussen Ieper en Roeselare en de telefooncommunicatie. Een deel van hun werk bestond ook uit het opvullen van de tunnels onder de wegen en spoorwegen, terwijl andere ondergrondse constructies eerst genegeerd werden en nadien helemaal vergeten. Gedurende de eerste winter in vredestijd was het wegtransport nog onmogelijk voor lokaal gebruik, en de families die wensten terug te keren naar hun hoeves, huizen of dorpen om de verwoesting te overzien en te berekenen of de reconstructiewerkzaamheden waarmee ze nu te maken zouden krijgen wel de moeite waard waren, moesten zich ofwel te voet of per spoor verplaatsen. 101.332 kwamen er uiteindelijk terug uit Nederland, 162.676 uit Engeland en 325.293 uit Frankrijk. Zij die de oorlog doorgebracht hadden in Nederland of achter de Duitse Linies in Vlaanderen kwamen van Roeselare - de enige linie die vanuit het Noorden opengesteld was, terwijl anderen die gewoond hadden achter de geallieerde linies of gevlucht waren naar Frankrijk en Groot- Britanni, nu toestroomden via de grensstreek Ieper - Poperinge.
Toen in begin 1919 de eerste van de vroege pioniers terug begonnen te komen, staarden ze naar een akelig
panorama. Het landschap was onherkenbaar. Geen enkel huis en nauwelijks een boom stonden nog overeind.
Een jong paar kon tussen het puin van het kleine dorpje St.-Jan onmogelijk de plaats situeren waar vijf jaar eerder
hun rij woning had gestaan. Tussen het puin glinsterden enkele porseleinen scherven, ze herkenden onmiddellijk het
motief van een eetservies dat zij als huwelijksgeschenk voor de oorlog gekregen hadden. Ze verzamelden de
scherven en plakten ze op een smalle stenen zuil - ze zou de plaats aanduiden waar ze hun leven opnieuw zouden
beginnen. Het vreemde monumentje kun je nu nog zien.