Van belegeringsoorlog tot wereldoorlog

De kunst van het ondermijnen vereist een perfecte kennis van zowel geometrie als van de versterkingswerken. Aan de hand van deze onderwerpen kan de ingenieur zich bekwamen in de aard van alle hoogtes, dieptes, breedtes en diktes om perfect alle hellingen en perpendiculairen te kunnen inschatten, ongeacht of ze nu parallel zijn ten opzichte van de horizon, of visueel parallel zijn. Dit alles moet gepaard gaan met de werkelijke kennis van de niveaus van de verschillende aardlagen. Daarbij is eveneens een diepgaande kennis vereist van de kwaliteit van de rotslagen, de aarde en het zand in het algemeen, dit alles natuurlijk in samenhang met een grondige kennis van de nauwkeurige krachten van alle soorten buskruit.

Sinds het begin der tijden voelt de mens zich gedreven om bij elkaar te kruipen en om zijn familie en eigendom te beschermen. De eerste stammen bouwden reeds primitieve versterkingswerken om zich tegen vijandelijke overvallen te beschermen. Terwijl de groepen groter en complexer werden was het onvermijdelijk dat de ontwikkeling van de versterkingen ook groter en complexer werd. Voor een veroveraar echter was het zo dat, hoe groter en indrukwekkender de verdedigingswerken waren, hoe groter ook de prijs die er te halen was en hoe groter dan ook het verlangen om deze prijs te winnen.
Terwijl de verdedigingswerken evolueerden van houten pallisades tot stenen forten en kastelen met sloten en grachten, stelden de aanvallers vast dat een goed voorbereide en goed uitgekiende planning een absolute noodzaak was om het doel te bereiken. Het tijdperk van de belegering, de eerste vorm van georganiseerde oorlogsvoering in de geschiedenis, was begonnen.
Nadat men eerst geprobeerd had zijn doel te bereiken met onderhandelingen en bedreigingen, werd tijdens de belegering al vlug over gegaan tot uithongering van de vijand door blokkeren van de toevoerwegen, om hem aldus te bewegen tot overgave.
Vr het verschijnen van buskruit ging men er zelfs toe over de vesting te bestormen door middel van een frontale aanval, gebruik makend van belegeringstorens en ladders. Een bres maken in een verdedigingsmuur kon ook door het inzetten van een belegeringsapparaat van het werpende type zoals trebuchets, catapulten en ballistas of eenvoudigweg door het gebruik van stormrammen.
Een kat, zeug of een mantlet behoorden ook tot de mogelijkheden. Dit laatste was een belegeringsapparaat dat
gelijkenisvertoonde met een huis op wielen, voorzien van een enorm sterk dak om projectielen zoals pijlen, stenen,
kokend lood of olie af te weren. Onder dit dak konden de genietroepen ongehinderd hun werkzaamheden verrichten
tijdens het ontmantelenvan de verdedigingswerken. Een tunnel graven onder de muren door was natuurlijk ook van
de activiteiten die onderdekking van dit apparaat uitgevoerd kon worden. Het grote nadeel van dit toestel was dat
de verdedigers, bij het zien ervan, maar al te goed wisten wat hen te wachten stond. Hierdoor ging het belangrijke
verrassingseffect verloren.